Den Haag – 13 oktober 2010 – Zes IPv6-specialisten hebben de Stichting IPv6 Nederland – Stipv6 – opgericht. De stichting gaat het bewustzijn van, de kennis over en de succesvolle implementatie van Internet Protocol versie 6, kortweg IPv6, bevorderen. Zij doet dit door het delen van ervaring en door het ontwikkelen van een keurmerk voor diensten en producten op het gebied van IPv6.

IPv6, voluit Internet Protocol versie 6, is de nieuwe versie van IP, het systeem dat op alle computers op de wereld de verbinding met Internet mogelijk maakt. Van de huidige IPv4 adressen is op dit moment nog maar 5% beschikbaar. Bedrijven zullen op korte termijn hun computers en programma’s geschikt moeten maken voor IPv6 om in de toekomst bereikbaar te blijven voor klanten en leveranciers. De oprichting van Stipv6 sluit aan op initiatieven van de Europese Commissie en het Ministerie van Economische Zaken, die sinds 2005 aandacht vragen voor het komende Internet-adrestekort.

De oprichters van Stipv6 zijn Paul Boot, Frits Nolet (penningmeester), Hans van Oosten, Harold Schoemaker (secretaris), Sander Steffann en Joost Tholhuijsen (voorzitter). Allen hebben op specifieke vlakken (software, infrastructuur, systeembeheer) ervaring met IPv6 en de raakpunten met de rest van de ICT-omgeving. Stipv6 gaat in de markt zorgen voor duidelijkheid op het gebied van IPv6-geschikte producten, diensten en trainingen.

In de negentiger jaren is reeds een oplossing voor het IP-adrestekort bedacht: IPv6. Het belangrijkste verschil tussen IPv4 en IPv6 is dat de adreslengte vergroot is van 32 bits naar 128 bits. Hiermee is het aantal unieke nummers onvoorstelbaar groot: 340.282.366.920.938.463.463.374.607.431.768.211.456, een getal met 39 cijfers. Dat is genoeg om bijvoorbeeld iedere zandkorrel op de aarde een eigen IP-nummer te geven. Ter vergelijking: het huidige IPv4 heeft ‘slechts’ 4,3 miljard theoretische adressen.
Met de noodzaak van adressen voor auto’s, huishoudelijke apparaten en andere goederen (“The Internet of Things”), is het aantal benodigde IP-adressen een veelvoud van wat nu in gebruik is. Alleen met IPv6 is een verdere efficiënte en veilige groei van Internet mogelijk.

Het huidige Internet-protocol, IP versie 4 (IPv4), werkt met IP-adressen van 32 bits lang. In een voor mensen leesbare vorm is dat een nummersysteem in de vorm van vier getallen tussen 0 en 255, gescheiden door punten. Het IP-adres van Internetten.nl is bijvoorbeeld 85.112.22.51. Met deze vorm van adressering kunnen bijna 4 miljard websites, PC’s, mobieltjes, e-readers en wat ook maar op het Internet kan worden aangesloten, ieder een uniek nummer hebben.

Toen het Internet in de zeventiger jaren werd bedacht leek dit ruim voldoende, maar door het groeiend aantal gebruikers en apparaten zal naar verwachting de voorraad van de huidige IPv4- adressen midden 2011 uitgeput zijn. Als eerste gebeurt dat bij de centrale wereldwijde instantie die eindverantwoordelijk is voor de uitgifte van IP adressen, de IANA. Ongeveer een half jaar later zullen de 5 regionale Internet instanties (in Europa: RIPE NCC) ook geen internetnummers meer kunnen uitgeven. De verwachting is dat 3 maanden later de lokale internet service providers geen unieke IPv4-nummers meer hebben om nieuwe klanten aan te sluiten. Dit zal de groei van het Internet ernstig gaan belemmeren.